Beestenbende in mijn eigen jeugd

Wanneer ik een blog opstart over beestige baasjes en hun al dan niet bazige beestjes, betaamt het dat ik eerst mijn eigen geschiedenis met mijn (huis)dieren vertel.

Er passeerden er heel wat de revue :
  • De traditionele goudvis van de kermis, gewonnen aan het eendjeskraam.
  • Hamstertjes die plots een nestje kregen, want - oh verrassing – ze waren toch van verschillend geslacht.
  • Een kanariepietje, dat doodviel in zijn kooi toen ma en pa op reis waren, al onze goede zorgen ten spijt. Dit gebeurde nota bene tijdens de eerste vakantie van mijn ouders dat mijn zus en ik alleen thuis bleven.
  • Tijdens een volgende trip van ma en pa, vonden mijn zus en ik een kleine kitten op straat : we haalden kittenmelk, gingen ermee naar de dierenarts enz.  We verzorgden het diertje, het overleefde en bleef bij ons wonen.
    In de loop van de jaren vonden ook Marouf 1 en 2, Dikke Vos, Hercules, Sukkel, Pierrot (die gek genoeg verslaafd was aan tabak “dankzij” haar aan sigaretten verslaafde eerste bazin), Midas en Luna een thuis bij ons.
  • Een Mechelaar met chronische diarree, die uiteindelijk moest worden ingeslapen; de eerste “Duck” in een rij van vier. Duck 1 werd heel kort opgevolgd door Duck 2, waar ik jammer genoeg praktisch geen herinneringen aan heb. Duck 3 bleef vervolgens 14 jaar in ons leven : een doodbraaf zwart poedeltje dat tijdens mijn jeugd uren kon luisteren naar mijn klaagzangen en me troostte in mijn tienerverdriet; die mijn vertrouweling was en al mijn geheimen kende; …
Ieder kind zou de gelegenheid moeten hebben om een hond als Duck 3 te leren kennen. Honden zoals hij leren kinderen doorheen de jaren om respect te hebben voor alle leven, om dieren graag te zien en hen goed te verzorgen. Mits ze van thuis uit het juiste voorbeeld krijgen.
De laatste Duck in de rij kwam van bij mensen, die hem hele dagen in een veel te kleine bench opsloten en op tijd en stond een onverdiend pak rammel gaven. Ma en pa konden hen overtuigen om hem af te staan en zo kwam hij bij ons terecht. Hij werd een compagnon van Falco, de Cocker Spaniel en beste vriend van onze papa.
Onze papa deed ooit een grote schrik voor honden op, toen hij aan een boerenerf passeerde en door 3 grote honden werd aangevallen en gebeten. Zijn angst voor honden verdween pas toen ons mama Falco in huis haalde. Falco werd als het ware een therapiehond voor onze pa.
Waar papa ging, volgde trouwe Falco. Niemand die tussen hen in kwam. Behalve dan die “gigantische zwarte hond” die ze tijdens hun wandeling tegenkwamen en wiens baas te weinig macht en gezag had had om hem tegen te houden. Falco vocht en overleefde, maar werd nooit meer helemaal de oude. Nog geen 2 jaar later overleed hij, volgens ons nog steeds ten gevolge van die aanval.

*Falco

  • Ik moet je absoluut nog vertellen over Pluk, onze kip. Mijn zus kwam er op Pasen ooit mee thuis van de jeugdbeweging. Alle kinderen kregen een kuikentje mee naar huis, maar onze Pluk was het enige dat overleefde. Wat een idee om kinderen een kuiken mee te geven!
We hielden Pluk binnen, onder een omgekeerde wasmand met gaten, want met de vele katten in huis zou zij anders geen lang leven beschoren zijn. Pluk werd een huiskip met een arrogant trekje, waar de katten bang van waren. Pluk genoot onze bescherming en de katten leerden dat ze uit haar buurt moesten blijven.

Maar Pluk deed overal in huis haar gevoeg, dus verhuisde ze naar de tuin. Onze papa maakte een schuilhok en de hele tuin werd haar domein. Kwamen we buiten, dan kwam Pluk met haar korte pootjes aangelopen. Ze sprong op onze voeten om opgepakt en gestreeld te worden. Aaide je haar onder de bek, dan draaiden haar ogen van genot.

Wanneer het fel regende of onweerde, dan waggelde Pluk in sneltempo naar ons huis en tikte ze met haar snavel tegen de schuifdeur om binnen gelaten te worden. Dan kroop ze op mijn schoot en in de mouw van mijn trui voor de gezelligheid en om op te warmen.

Maar Pluk bleef natuurlijk een kip en binnen de kortste tijd bleef er niet veel meer van onze tuin over. Daarom beslisten ma en pa om haar bij de kippen, eenden en ganzen op het boerenerf naast mijn peters huis te zetten, met het idee dat ze dan gevleugelde vrienden zou hebben. Jammer genoeg werd ze niet aanvaard, maar aangevallen. Onze papa kroop dan maar snel over de omheining om Pluk terug te halen. Van peter X naar peter Y, die zelf een heuse mini-boerderij had. Daar voelde Pluk zich schijnbaar goed toen we terug huiswaarts trokken. Mijn zus en ik waren blij dat we onze Pluk op die manier een goede oude dag konden geven. De schok kon niet groter zijn toen we bij een volgende bezoek naar Pluk vroegen en te horen kregen dat ze geslacht werd om soep van te maken. Ons vriendinnetje was dood en het duurde jaren eer ons verdriet en onze boosheid verteerd waren.

Door de zorg voor onze dieren, die vaak vondelingetjes, zieke beestjes of andere sukkelaartjes waren, leerden mijn zus en ik al vroeg om voor de zwakkeren te zorgen en voor hen op te komen. We leerden al van jongs af aan dat ook diertjes die extra zorg nodig hebben het waard zijn om lief te hebben, dat ze evenzeer grappig, mooi, trouw, lief enz. zijn.
Onze liefde en zorgzaamheid voor dieren is een waarde die onze ouders ons hebben doorgegeven en die mijn zus en ik op onze beurt aan onze kinderen doorgeven.

Reacties